De mogelijkheden van satellieten optimaal gebruiken, daar gaat het om

Volgende week vindt in het World Forum in Den Haag de European Space Solutions Conference plaats, waarin de Europese ruimtevaart en haar toepassingen centraal staan. Pepijn Veefkind is onderzoeker bij het KNMI en TU Delft, en hoofdonderzoeker voor Tropomi. Hij is als Nederlandse ‘topic expert’ inhoudelijk betrokken bij de organisatie van de ESSC en blikt nu vast vooruit.

De ESSC komt naar Nederland. Wat moeten we verwachten?
'Een conferentie waarin de belangrijkste ruimtevaartonderwerpen voor Europa aan bod komen. Dat zijn de satellietprogramma’s Copernicus en Galileo. Omdat Nederland de organisator is, kunnen wij ook bepaalde onderwerpen benadrukken, zoals het nieuwe Nederlandse ruimte-instrument Tropomi dat vanuit de ruimte de luchtkwaliteit gaat meten. Rondom deze missie is een heel side event georganiseerd.’

Wat zijn de hoogtepunten binnen ‘jouw’ thema: klimaatverandering en milieu?
Er staan er veel goede sprekers op het programma. Richard Engelen van het European Centre for Medium-Range Weather Forecast gaat bijvoorbeeld vertellen over nauwkeurige modellen om de luchtkwaliteit lokaal te voorspellen. Het ECMWF wordt een belangrijke gebruiker van Tropomi-data. En Pieternel Levelt vertelt over emissies: wie stoot wat uit en wat zijn daarvan de gevolgen voor de luchtkwaliteit en het klimaat. Staatssecretaris Sharon Dijksma komt ook spreken. Naar haar bijdrage ben ik erg benieuwd.’

Hoe is het om inhoudelijk mee te werken aan de ESSC
'Voor mij is dit een heel interessante conferentie. Heel anders dan de wetenschappelijke symposia die ik normaal bezoek en gericht zijn op nieuwe wetenschappelijke inzichten. Hier gaat het meer om eindgebruikers en beleidsmakers. Dat geeft een heel andere dimensie. Je moet boodschappen in een ander perspectief plaatsen. Niet wat is er nieuw, maar kun je ermee, is de vraag. Hoe benutten we de mogelijkheden van satellieten optimaal?’

Toch wordt het moeilijk om dat al voor Tropomi te zeggen. Die wordt op z’n vroegst in oktober 2016 gelanceerd…
'Waarna de eerste maanden in het teken staan van de kwaliteit van de data. Pas na een paar jaar, wanneer je gegevens hebt over een langere termijn, kun je als beleidsmaker zien of maatregelen werken of niet en wat je moet doen om de luchtkwaliteit te verbeteren. Nu doen we dat nog met data van een ander Nederlands instrument, OMI, dat al twaalf jaar in de ruimte is.’

Internationaal gaat de discussie vaak over CO2. Is dat terecht?
‘Ik denk dat we beleidsmakers moeten uitleggen dat er meer is dan CO2. Andere gassen, zoals koolstofmonoxide en stikstofdioxide vertellen indirect veel over CO2, terwijl ze veel makkelijker te meten zijn. En methaan is ook een heel belangrijk gas om in kaart te brengen als je klimaatonderzoek bedrijft. Ik verwacht dat verschillende sprekers hierop ingaan.’

Wat hoop je dat er uit de ESSC komt?
‘Binnen het onderwerp milieu komen veel verschillende sprekers aan bod. Ik ben benieuwd of ze samen één boodschap vertellen. Iets dat het publiek meeneemt en waar beleidsmakers mee verder kunnen. Daarnaast ben ik vooral benieuwd naar de links tussen klimaat en luchtkwaliteit. Klimaat beïnvloed je door allerlei gassen en aerosolen in de atmosfeer te brengen. Dezelfde bronnen spelen een rol bij de luchtkwaliteit. Dat is niet alleen interessant voor een wetenschapper als ik, maar ook voor mensen die beleid maken dat op beide onderwerpen een verbetering tot stand kan brengen.’

Meer informatie over het onderwerp klimaatverandering en milieu op de ESSC:

http://www.european-space-solutions.eu/climate16

http://www.european-space-solutions.eu

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Q Back to overview


Dr. J. Pepijn Veefkind- KNMI
Dr. J. Pepijn Veefkind- KNMI